Hoe en waarom snoeien

Een boom behoeft van nature geen snoei. De reden om bomen te snoeien zijn dus altijd vanuit menselijk belang,  esthetisch, productie of uit veiligheid. Dat wil zeggen dat veel bomen op plekken staan waar ze een functioneel karakter moeten krijgen en geen overlast dienen te veroorzaken.
Een boomeigenaar heeft een wettelijke zorgplicht, veiligheid is cruciaal. Zo zou de aanwezigheid van doodhout vaak al een verhoogd risico zijn en dus een serieuze reden om te snoeien. Bij het snoeien van bomen moet er goed rekening worden gehouden met een aantal factoren, zoals de leeftijd , doel en het karakter van de boom. Bij de juiste snoeimethode moet ook de juiste werkwijze toegepast worden. Het gebruik van materiaal/machines kan verschillen uit: stokzaag, de klimtechniek , de oudewetse houten leer of een hoogwerker.

Ziektes, erfelijke afwijkingen en gebreken kunnen de  gevaarzetting verhogen. Het is daarom aan te raden om uw bomenbestand goed onder controle te houden of te laten houden. Met de nodige gekwalificeerde opleidingen, ruim 20 jaar werkervaring, de beschikking  over de juiste machines en materieel, maar toch vooral vanwege de kennis bent u bij De Bomenman Boomverzorging op het juiste adres.

Er kan op diverse manieren worden gesnoeid:

Jeugdsnoei

De methode van jeugdsnoei is gelijk aan die van begeleidingsnoei en wordt uitgevoerd met behulp van een stokzaag. Het doel is het creëren van een boom met één doorgaande stam.
Daarbij verwijderen we concurrerende takken van de doorgaande top.

Alle takken beneden de gewenste opkroonhoogte maken deel uit van de tijdelijke kroon.
Tijdens de jeugdsnoeifase wordt ernaar gestreefd om de boom zich zodanig te laten ontwikkelen dat deze een stevig “skelet” vormt om de toekomstige kroon te kunnen blijven dragen. In deze snoeifase wordt voorkomen dat zich dikke takken in de tijdelijke kroon ontwikkelen.

Begeleidingssnoei

De methode van begeleidingsnoei is gelijk aan die van jeugdsnoei en wordt uitgevoerd met behulp van klimtechnieken of een hoogwerker.
Hier werken we naar het verkrijgen van éénstammige boom met de voor die locatie gewenste takvrije stam.

Het voorkomen/verwijderen van concurrerende takken van de doorgaande top.
Alle takken beneden de gewenste opkroonhoogte bevinden zich in de tijdelijke kroon.
Alle takken boven de gewenste opkroonhoogte bevinden zich in de blijvende kroon.

De boom mag boven de gewenste opkroonhoogte beginnen met de ontwikkeling van gesteltakken.
In de blijvende kroon worden alleen nog probleemtakken verwijderd en takken die neigen naar overlast voor de huidige en toekomstige gebruikers van de ruimte rondom de boom. Behoort de boom tot de hoofdstructuur dan gelden na de begeleidingsnoei verdergaande zorgfasen. Te weten: doorgaande begeleidingsnoei, volwassensnoei (periodieke uitdunsnoei) en eventueel veteranensnoei

Gebruikssnoei

Het verzorgen van de blijvende kroon van de boom.

Het onderscheid tussen gebruiksnoei en volwassensnoei.
De boom heeft zijn gewenste opkroonhoogte bereikt. Vanaf nu begint de boom met de vervulling van de functie waarvoor hij is aangeplant. Vanaf dit moment bevindt de boom zich in de gebruik fase, tenzij de boom tot de hoofd groenstructuur behoort (zie voortgezette begeleidingsnoei).
In deze adolescente, jong volwassen fase, heeft de boom echter veelal nog niet zijn volwassen eindbeeld bereikt.
Een voorbeeld: Een 20-jarige populier in een laan gaat bij een boomhoogte van ongeveer 14 meter over van begeleidingsnoei naar gebruiksnoei. Dit is echter pas de helft van zijn uiteindelijke boomhoogte, circa 28 meter na 40 tot 50 jaar.
Bij het bereiken van de uiteindelijke boomhoogte komt de boom in de overgangsfase naar volledige kroonontwikkeling totdat deze “volwassen” is. Dit betekent een verandering in de groeiwijze van de boom en luidt tevens de volgende zorgfase in: De volwassen zorgfase, periodieke uitdunsnoei afgewisseld met gebruiksnoei.

Verlichtingssnoei

Deze snoeiwijze omvat het uitdunnen van de gehele kruin van een volwassen boom (een volwassen boom heeft zijn maximale grootte bereikt).

Dit groeistadium is te herkennen aan de volgende factoren:

een strak contour van de kruin
uitzakkende gesteltakken die een lichtspleet in de kruin tonen
een binnenkruin met weinig of geen blad
een hoge twijgbezetting aan de buitenrand van de kruin.
Bij het uitdunnen worden alle takken aan de uiteinden zodanig gesnoeid dat er een bladreductie van 20 tot 30% ontstaat. De te snoeien takken behouden hun natuurlijke balans. De boom zal ten gevolge van deze snoeiwijze niet van vorm veranderen. De snoei vindt afhankelijk van de boomgrootte en soort plaats in de buitenste 2 – 5 meter van de kruinomvang.

Deze wijze van onderhoud biedt de boom in elk geval de bovengrondse voorwaarden om een hoge tot zéér hoge leeftijd te bereiken zonder een risico voor de omgeving te vormen.

Bij een goed onderhouden kruin blijft er uit de fotosynthese voldoende productie over om een goede wortelgroei te garanderen. (Dit staat los van de mechanische mogelijkheden van de bodem om wortelgroei toe te laten) Daarnaast wordt het uitgeoefende krachtmoment op elke individuele tak kleiner, zodat het breukgevaar tot vrijwel 0 wordt gereduceerd. De uitdunningsnoei dient ALTIJD zodanig te worden uitgevoerd dat de individuele takbalans behouden blijft.

Elke tak kent een eigen balans. Alle takken aan een gesteltak vormen een gezamenlijke balans van de gesteltak. De gehele kruin streeft steeds naar een balans. Elke afwijking in de balans na snoei moet door de boom worden gecorrigeerd. De energie, in de vorm van zetmeel, die dit vergt gaat ten koste van de beoogde doorgroei.

Het opvangen van torsiekrachten is energetisch duurder dan het opvangen van krachtmomenten.

Uit ervaring en onderzoek is gebleken dat het beter is om een boom niet uit te dunnen als niet aan bovenstaande voorwaarden is voldaan. Vaak wordt voor de uitvoering van deze werkzaamheden een hoogwerker ingezet. Door toepassing van de hedendaagse veilige klimtechnieken kan een boomverzorger alleen vanuit de boom bepalen hoe en waar uitgedund mag worden.

Veteranensnoei

Het zolang mogelijk behouden van monumentale bomen, ook nadat bepaald is dat de boom in zijn volwassen verschijningsvorm niet langer te handhaven is.

Groeiend ecologisch belang van de boom.
In deze fase van langzaam terugsterven van de kroon, vervult de boom een groeiende rol in de ecologie van de bebouwde omgeving. In deze fase zullen vele insecten, vogels en kleine zoogdieren gebruik maken van de boom. De boom zal kroondelen gaan afstoten om vervolgens vanuit de teruggezette gesteltakken nieuwe groei te genereren en ons verbaast te doen staan over zijn vitaliteit. De boom zelf zal een karaktervolle, door de tijd getekende, monumentale verschijning worden. Met de juiste verzorging zal de boom nog jarenlang zijn functie kunnen uitoefenen en in ecologisch opzicht zelfs versterken.

De gevaarzetting als bepalende maat
In onze moderne stedelijke omgeving zal een veteranen boom veelal niet kunnen overleven, de standplaats zal het niet toelaten. De gevaarzetting van de omgeving van de boom is hierbij de bepalende factor. Des te belangrijker maakt dat de enkelingen waarbij de levenscyclus wel afgerond kan worden. Speciaal voor deze groenmonumenten is de veteranen zorgfase ontwikkeld.